Geschiedenis

Onze geliefde scouts bestaat ondertussen meer dan 80 jaar. Terwijl we geduldig streven naar het centennium, zetten we even de historische ijkpunten op een rijtje. Geniet en dwaal mee met het verleden die Scouts Drongen heeft gebracht tot waar we nu voor staan.

In den beginne

In 1936 werd de  scoutsgroep in Drongen opgericht en  Sint-Gerulfus gedoopt. Het was pater Emmanuel Collin die met de werking startte, met behulp van enkele jonge leiders uit het Sint-Barbaracollege te Gent.  De eerste groepsleider was Paul Beyer. De idee was ontstaan uit de plaatselijke patronaatswerking. In de zomer van 1937 werden de lokalen voltooid dankzij -naar men zegt- een gift van een adellijke dame uit Namen.

De eerste scouts telde 2 patrouilles (takken) van elk 6 patrouilleleden. In de winter van ’36-’37 vroeg Beyer aan Jean Tytgat om de welpentak op te richten, want ‘die tak ligt aan de basis om later scouts te recruteren’. Enkele maanden later werd zo de tak ‘de wolfkes’ opgericht.

Op het einde van de jaren ’30 werd onder impuls van Norbertine Lammens een poging ondernomen om in de Drongen de meisjesgidsen op te richten. Deze poging had echter niet het verhoopte resultaat. Vermoedelijk was de Drongense parochiegemeenschap nog niet rijp genoeg voor een jongens- én meisjesgroep.

De plaatsen van de eerste kampen waren dikwijls op kastelen: kasteel van Poeke, kasteel te Bellem (1937), en kasteel te Beerlegem (1938). Dit kwam omdat de Jezuïten veel van hun geld bijeenzochten bij de adellijken. Vandaar de zeer goede relatie die pater Emmanuel Collin had opgebouwd met de rijke dames. Een bijkomend voordeel was dat kampvoorbereiding vaak ter plaatse gebeurde. De leiding werd soms persoonlijk uitgenodigd om te gaan eten en kregen vaak een persoonlijke lakei  om zich te laten bedienen.

WOII

Na amper 4 jaar was  de groep al sterk gegroeid. In 1940 werd het 100e lid gevierd. Door de oorlog werd het begin jaren ’40 steeds moeilijker om vergadering te geven. Na het kamp in Assenede (1941) werd de werking ‘stopgezet’. Toch werd in Drongen in het geheim verder vergaderd. Naar verluidt bij Hilaire Van Beversluys thuis. Enkel wie volledig te betrouwen was, kon daar aanwezig zijn.

De jongste tak, de wolfkes, konden tijdens de oorlog wel officieel blijven vergaderen. Dit enkel zonder uniform en als op voorhand plaats, tijdstip en aard van de activiteit bij de Kommandatur meegedeeld werd. Dit werd gedaan door Tytgat, die op dat moment districtscommissaris was. Hij kon door zijn beroepsactiviteit zonder problemen bij de Duitsers  komen zonder de kans te lopen gedeporteerd te worden. Hij controleerde ook telkens op voorhand of de aard van de activiteiten wel neutraal genoeg was. Verder kwamen er bij de wolfkes leidsters i.p.v. leiders, een evolutie die overigens in heel Vlaanderen plaats vond.

Na de oorlog maakten de scouts heel wat gebruik van het materiaal (metalen koffers, kampeergerief, …) dat de Duitsers hier achterlieten. Kort  na de oorlog werd de scoutswerking weer officieel opgestart. Marcel Verspeelt werd groepsleider. Er kwam een opsplitsing tussen jongverkenners en verkenners (nu jogivers en givers). Bij de wolfkes waren ze kort na de oorlog met zovelen dat ze in 2 delen werden opgesplitst, één die op zaterdag vergadering had en één op zondag.

Eind jaren ’40 kreeg de groep een sterk Vlaams-gezinde aalmoezenier. Enkele leidsters die van huize uit Franssprekend waren, werden verzocht Scouts Drongen te verlaten voor de eigen Vlaamssprekende jongens en meisjes. In 1948 werden de trekkers (huidige Jin) opgericht. Ze startten met 10 leden o.l.v. Fred De Craemer, die een jaar later groepsleider werd.

Jaren ’50 en ’60

Begin de jaren ’50 steeg het ledenaantal tot een toppunt van 120. Tot dat ogenblik kwamen er nog vele leiders uit het Gentse, met vooral dank aan het Sint-Barbaracollege. In 1953 was er een volledig Drongense leidingsploeg, maar dit bleef niet lang duren. Rond 1956 stopte veel Drongense leiding en hiermee kwam een zwarte periode opzetten. Het ledenaantal zakte zienderogen, jongverkenners en verkenners werden 1 tak. Leiding uit het Gentse kwam terug helpen om de groep er weer bovenop te trekken.

De scoutsgroep had nu leiders en leidsters. Dit bracht mee dat op elke vergadering een aalmoezenier aanwezig moest zijn, ook al had de leidster op zaterdag en de leider op zondag vergadering. Het  was drama toen een leider die verkeerde met een leidster in hetzelfde lokaal werd betrapt… meehelpend met de poppenkast.

In 1959 werd de allerjongste tak opgericht, de kapoenen. Het lokaal was een verlaten huisje ergens tussen Drongen-centrum en de huidige Bourgoyen, waar nu de Ringvaart loopt. Daarnaast werd een groepscomité opgericht. Het doel was praktische en financiële steun  geven aan de groep. Er woog echter nog een andere motivatie sterk door. Toen na de oorlog de groep statutair een parochiegroep werd, begonnen soms moeilijke momenten met de parochie. Scouting is altijd een zeer zelfstandige jeugdbeweging geweest. De groepsleider had meer te zeggen dan de aalmoezenier of de pastoors. Toen in 1958 de  pastoor weigerde de ledenlijsten te ondertekenen, speelde de groepsleider zelf voor pastoor en tekende die zelf.

Op 19 april 1959 weigerde de groep mee te wandelen in de inhuldigingsstoet van de nieuwe burgemeester van Drongen, genaamd Guy Storme. Reden hiervoor was de Franstalig-gezinde politiek. Officieel heette dit dat “men zich als jeugdbeweging diende te onthouden van elke politieke manifestatie”. Als gevolg hiervan deed de gemeente de volgende jaren moeilijk over het gebruik van vrachtwagens voor het kampmateriaal. Verder werd in 1961 door lichte stijging van de  leden de jongverkenners en verkenners weer 2 onafhankelijke takken.

Jaren ’70 en ’80

Tot ver in de jaren bestaat er een districtsjin, waar ook de jin van Drongen aan deelnam. Van jaar tot jaar wisselt de plaats van vergadering, zo ook enkele keren in Drongen. Bij slecht weer was de abdij een toevluchtsoord. Verder maakte de paters dikwijls eten klaar voor de welpen & kapoenen. Ook leidingsweekends gingen vaak door in de abdij, waarbij de voorraadkelders soms niet werden  gespaard door uitgehongerde leiders. Hoe goed de relatie was met de abdij, zo slecht was ze met de parochie  door de zelfstandige koers die Scouts Drongen wilde varen. In 1979 stopt broeder Van Akoleyen, onze laatste jezuïet-aalmoezenier. Met hem verdween ook de goede verstandhouding met de abdij.

Bij gebrek aan lokalen vergaderden de kapoenen & welpen op zaterdag en de jongverkenners & verkenners op zondag. In het scoutsjaar ’79-’80 werd eindelijk gestart met een gemengde werking bij de jongste tak, die tot dan alleen uit jongens bestond. Met het opgroeien van die meisjes, volgden in de jaren erna de andere takken.

Eind september 1985 werd het vijftigjarige bestaan van de groep gevierd, maar dit gebeurde eigenlijk in mineur want de groep kende een 2e dieptepunt doordat het ledenaantal maar bleef dalen. Dit duurde tot 1986 wanneer oud-leidster Myriam Hoebeke de toenmalige situatie niet kon aanzien en zo groepsleidster werd. Met een herwaardering van de scoutswaarden en promoten in Drongen begon de groep terug in grootte toe te nemen.

Jaren ’90

Belangrijkste constante gedurende de jaren ’90 is de spectaculaire groei van het ledenaantal. Niet enkel de Drongense jeugd, ook die van omstreken (met name vooral uit Lovendegem) vinden de weg naar het scoutsterrein. De groei is dermate dat zelfs in 1995 een ledenstop moet worden ingevoerd, de jongste takken dienen noodgedwongen een wachtlijst in te voeren. Tussen de welpen en de jongverkenners wordt een tussentak ingevoerd: de woudlopers zijn geboren. Ook de givers worden even in 2 gesplitst, een tak van meer dan 50 givers bleek immers nogal moeilijk werkbaar. 2 grote nadelen zijn hier echter aan verbonden: een gebrek aan leiding om deze groeiende groep op te vangen en een gebrek aan deftige lokalen.

Om het eerste probleem op te lossen was het verleidelijk om steeds jongere mensen in leiding toe te laten. Hier werd echter aan weerstaan. Voor het in leiding komen werden deze jongeren niet één, maar  zelfs twee jaar jin gegarandeerd.  Voor de maturiteit en verantwoordelijkheid van de leidingsploeg bleek dit steevast de juiste keuze. De oplossing van het 2e probleem wordt gevonden in 1996: de VZW Parochiale Werken, de eigenaar van de lokalen, bereikt een akkoord met de paters jezuïten. De oude hoeve in het verlengde van de reeds bestaande lokalen, eigendom van de paters, wordt door de Parochiale Werken voor een symbolisch bedrag gehuurd. De Parochiale Werken bekostigen de renovatie ervan  tot 6 nieuwe jeugdlokalen. Dankzij het feit dat de herverdeling van de jeugdlokalen voor de verschillende verenigingen wordt gebaseerd op de ledenaantallen, krijgt de scouts in dit complex drie lokalen bij. Alle gebruikers betaalden vanaf toen een jaarlijkse huurprijs aan de VZW Parochiale Werken. Op zaterdag 9 januari 1999 werden de drie nieuwe lokalen in gebruik genomen

Ondertussen werd ook een nieuw orgaan opgericht, namelijk de stam. Dit is een steeds aangroeiende ploeg oud-leiding die nog geen zin heeft alle banden met de groep te breken. Zij hielden voor de leiding elke zaterdag het stamcafé open, waren de stuwende kracht achter de viering van het zestigjarige bestaan, en bieden bij elke groepsactiviteit een helpende hand. Hierbij vormen zij de perfecte aanvulling bij die andere ondersteunende groep, namelijk het oudercomité.

In het werkjaar ’98-’99 werden twee belangrijke groepen toegevoegd. Er wordt gestart met een zevende tak, gericht naar kinderen met een lichte tot matige handicap: ‘Akabe’. Ook werd een VZW in het leven geroepen als overkoepelend orgaan van leiding, oud-leiding en ouders. De belangrijkste reden waarom de VZW werd opgericht ging uit voor het financieren en organiseren van de verbouwing en restauratie van de oude lokalen.

De nillies & heden

Begin jaren 2000 staat de scouts grotendeels in het teken van de verdere verbouwingen aan de lokalen. Met man en macht gewerkt aan een ideaal comfort van onze leden en leiding. Zo werd onder andere een nieuw leidingslokaal met bijhorende keuken gebouwd. Er werd een oproep gedaan aan ouders en stammers, waar het enthousiasme groot was. In 2004 werden alle verbouwingen eindelijk officieel als afgehandeld verklaard.

Verder werd in 2001 een nieuwe scoutsfuif georganiseerd. Na 7 jaar ‘Stonehenge fuif’ werd het tijd voor een nieuw concept. Het toenmalige fuifcomité omschreef de nieuwe fuif als volgt: “De scoutsterreinen zullen op 30 maart 2001 omgetoverd worden tot een wereldse en gezellige ruimte met live wereldmuziek en eetfaciliteiten. Het Parochiaal Centrum wordt een heuse disco-danstempel.” En zo geschiedde: Soiree Exotique was geboren. De volgende jaren groeide de fuif tot één van de grootste in het Gentse. Op zijn hoogtepunt in 2006 haalde de fuif rond de 3.000 bezoekers. In 2011 werd de tiende en tevens laatste editie gehouden, dit omwille van het steeds meer en meer aantrekken van de verkeerde doelgroep.

Verder bestond Scouts Drongen in het scoutsjaar ’10-’11 75 jaar. Dit werd een heel jaar door gevierd: een heuse stoet bij de Overgang, een nieuw biertje genaamd ‘leidingswater’, een feestweekend, en in de zomer een groepskamp in Sint-Joris-Weert.

Ziezo, deze historie maakt van Scouts Drongen wat het nu geworden is: een ledenaantal van rond de 280, een leidingsploeg van meer dan 30 vrijwilligers, een prima georganiseerde VZW, een enthousiaste stam, en een op-altijd-steun-rekenende oudercomité. Amen!